Hoe berekent de Belastingdienst het forfaitair rendement voor verschillende vermogenscategorieën?
De Belastingdienst berekent het forfaitair rendement door uw vermogen op te splitsen in verschillende categorieën. Het bepaalt hierbij een fictief rendement over het aangegeven vermogen. Aan elk van deze categorieën wordt een vast, fictief rendement toegekend, zoals de Rijksoverheid meldt. Deze rendementspercentages worden jaarlijks door de Belastingdienst vastgesteld.
Het vermogen wordt verdeeld over specifieke categorieën, waaraan vaste percentages zijn gekoppeld. Elk type vermogen heeft zijn eigen forfaitaire rendementspercentage, wat de hoogte van uw belasting sterk beïnvloedt. Het totale belastbare rendement is de som van de forfaitaire rendementen van de drie vermogenscategorieën. De Belastingdienst past deze methode toe als overgangsregeling. Hierbij wordt de vermogensbelasting berekend op basis van een fictief rendement per type vermogen.
Welke veranderingen in het fictief rendement en Box 3 regels gelden vanaf 2024 en 2025?
Vanaf belastingaangifte 2025 kan de belasting in box 3 mogelijk op basis van het werkelijk rendement worden berekend. De Consumentenbond bevestigt deze mogelijke overgang voor het rendement in Box 3. Voor 2025 zijn er ook prognoses voor het forfaitaire rendement voor overige bezittingen, zoals vastgoed. Deze kunnen mogelijk stijgen naar 6,04% of zelfs 7,66%. Stel, u heeft een aanzienlijk deel van uw vermogen in vastgoed; dan hebben deze percentages direct invloed op uw jaarlijkse belastingaanslag.
De belasting op beleggingen in box 3 voor 2026 wordt nog berekend op basis van een fictief rendement. Het fictieve rendementspercentage voor beleggingen in box 3 is voor 2026 definitief vastgesteld op 6%. Ook het forfaitaire rendement voor overige bezittingen in box 3 wordt in 2026 6%, zoals de Rijksoverheid meldt. Tot 2028 blijft de belastingheffing op beleggingen in box 3 gebaseerd op fictief rendement, tenzij het werkelijk rendement lager uitvalt. Vanaf 2028 moeten fictief rendement en forfaitaire heffing verleden tijd zijn door de Wet werkelijk rendement box 3. De nieuwe richtlijnen voor het werkelijke rendement in box 3 omvatten ook ongerealiseerde waardeveranderingen, wat een belangrijke verschuiving is.
Hoe kun je zelf het fictief rendement en de Box 3 belasting berekenen?
U berekent zelf het fictief rendement en de Box 3 belasting in een aantal stappen. Dit begint met het bepalen van uw vermogen op 1 januari 2025, minus de vrijstelling. Daarna verdeelt u dit vermogen over de verschillende categorieën.
Voor 2025 gelden specifieke percentages voor het fictief rendement per categorie. Zo is het rendement voor banktegoeden 1,37% en voor spaargeld 1,44%. Voor overige bezittingen, zoals vastgoed, is dit 5,88%. Schulden tellen mee met een fictief rendement van -2,70%. Na het toepassen van deze percentages over uw vermogen, vermenigvuldigt u het totale voordeel uit sparen en beleggen met het belastingtarief van 36%. De Rijksoverheid geeft geen specifieke formules voor het berekenen van het fictief rendement per vermogenscategorie; u volgt de vastgestelde percentages per categorie.
Wat zijn de gevolgen van het fictief rendement voor specifieke vermogenssoorten zoals spaargeld, beleggingen en vastgoed?
De gevolgen van het fictief rendement voor specifieke vermogenssoorten zoals spaargeld, beleggingen en vastgoed zijn duidelijk merkbaar in uw belastingaanslag. De fictieve rendementen verschillen per vermogensbestanddeel; het rendement voor spaargeld is bijvoorbeeld lager dan voor beleggingen. Volgens de Belastingdienst gebruikt de rekenmethode percentages die dichtbij de werkelijke rendementspercentages voor sparen of beleggen liggen. Dit betekent dat de overheid een inschatting maakt van uw opbrengst, onafhankelijk van wat u werkelijk verdiende.
U betaalt belasting over uw werkelijk rendement als dit lager is dan het fictief rendement. Dit geldt ook voor beleggingen, inclusief aandelen, waarbij het werkelijke rendement wordt gebruikt als het lager uitvalt dan het fictief rendement. Het werkelijk rendement telt ook ongerealiseerde waardestijgingen mee, wat relevant is bij vastgoed of langetermijnbeleggingen. Bezwaar indienen tegen het fictief rendement heeft alleen zin als uw totale werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement. Bijvoorbeeld, als uw werkelijke rendement 6% is en het fictieve rendement voor overige bezittingen 5,88% in 2025, dan heeft bezwaar geen effect. De percentages van het fictief rendement zijn de laatste jaren opgelopen. De Belastingdienst stelt verder dat bezwaar niet leidt tot een hogere belasting als het werkelijk rendement hoger is dan het fictief rendement.
Veelgestelde vragen over fictief rendement en Box 3
Wat is het verschil tussen werkelijk en fictief rendement in Box 3?
Box 3 belasting rekent met een fictief rendement, een theoretisch percentage over uw vermogen. U betaalt belasting over dit geschatte rendement, ongeacht wat u daadwerkelijk heeft verdiend. Het werkelijk rendement omvat daarentegen uw echte opbrengsten, zoals huurstijgingen en waardestijgingen van bezittingen. Uw box 3-inkomen kan op basis van beide methodes worden berekend. De Belastingdienst probeert met het fictief rendement dicht bij de werkelijkheid te blijven. Vaak is het werkelijke rendement echter lager dan het fictieve percentage. Is uw werkelijke rendement lager, dan kan het doorgeven hiervan uw netto rendement verhogen. De Belastingdienst bevestigt dit. Bij een hoger werkelijk rendement dan het fictieve heeft het geen zin dit door te geven. De verhouding tussen beide rendementen bepaalt hoe zwaar de box 3-belasting op uw vermogen drukt.
Hoe werkt de heffing over het fictief rendement praktisch?
De heffing over het fictief rendement in box 3 werkt door een vast percentage te rekenen over uw vermogen. Dit fictief rendement is gebaseerd op de werkelijke verdeling van vermogensbestanddelen, zoals banktegoeden, beleggingen en schulden volgens de Belastingdienst. Het nieuwe fictieve rendement is een vast, fictief percentage volgens de Rijksoverheid. De rekenmethode gebruikt fictieve rendementen die dichtbij de werkelijke rendementspercentages voor sparen of beleggen liggen zoals de Belastingdienst uitlegt. Over dit berekende fictieve rendement betaalt u 36% inkomstenbelasting. Privé belegd vermogen wordt ook belast op basis van een fictief rendement. De Belastingdienst vergelijkt het werkelijk rendement met het fictief rendement om te bepalen of het zinvol is om uw werkelijke opbrengsten door te geven volgens hun rekenvoorbeelden. U betaalt dan nooit meer belasting dan bij het fictief rendement zoals de Belastingdienst bevestigt.
Welke impact hebben voorlopige aanslagen op mijn Box 3 belasting?
Voorlopige aanslagen voor uw Box 3 belasting zijn niet definitief en kunnen wijzigen. De Belastingdienst herberekent bijvoorbeeld de aanslagen voor 2021 met een herstelslag, hoewel ze aanvankelijk zonder dit rechtsherstel werden opgelegd. U krijgt alleen teruggave, geen bijbetaling, als uw forfaitaire rendement hoger was dan het werkelijke rendement. De ‘Box 3-belastingcheck’ van FiscAlert, sinds 22 mei 2025 beschikbaar, biedt inzicht in een mogelijke teruggave. Uiteindelijk berekent de Belastingdienst de Box 3 belasting en bepaalt uw precieze betalingsverplichting volgens hun richtlijnen.
Hoe kan ik mijn belastingdruk in Box 3 verlagen met het huidige fictief rendement?
Om uw belastingdruk in Box 3 te verlagen, geeft u het werkelijk rendement op als dit lager is dan het fictief rendement. De tegenbewijsregeling, inclusief de antimisbruikregeling, zorgt ervoor dat dit lagere rendement telt. De Rijksoverheid geeft aan dat u geld terugvraagt door aan te tonen minder rendement te hebben behaald; hiervoor gebruikt u het formulier “Opgaaf werkelijk rendement”. Ook kunnen Box 3-schulden de belastingdruk verminderen, vooral als ze uw bezittingen (minus heffingvrij vermogen) op de peildatum overtreffen, met een mogelijke renteaftrek van ongeveer 2,6%. Vanaf 2025 neemt de Belastingdienst het werkelijk rendement voor uw totale vermogen op in de aangifte inkomstenbelasting, niet voor afzonderlijke delen. Deze tegenbewijsregeling blijft geldig totdat het nieuwe stelsel wordt ingevoerd.
Giro beleggen en de invloed van fictief rendement op jouw beleggingen
Giro beleggen, oftewel beleggingen, vallen in box 3 onder het fictief rendement. De Belastingdienst belast deze op basis van geschatte opbrengsten, niet op uw daadwerkelijke winst of verlies. Dit is vooral relevant omdat beleggingen veelvoorkomende box 3-bezittingen zijn.
Voor 2025 bedraagt het forfaitair rendement voor overige bezittingen, inclusief beleggingen, 5,88%. Dit fictief rendement is aanzienlijk hoger dan voor spaargeld. Belastingplichtigen die voornamelijk beleggen, hebben in eerdere jaren zoals 2018, 2020 en 2022 vaak minder rendement behaald dan waar de Rijksoverheid mee rekende. Gelukkig kunt u ervoor kiezen om het werkelijk rendement te laten meetellen als dit lager is dan het fictief rendement, want de Belastingdienst gebruikt altijd de voor u voordeligste berekening. Deze keuze geldt dan voor uw totale vermogen in box 3. Vanaf 2025 wordt dit werkelijk rendement voor beleggingen zelfs direct opgenomen in de aangifte inkomstenbelasting, een welkome verandering. Het kabinet streeft ernaar om per 1 januari 2028 een heffing op werkelijk rendement voor alle vermogens, inclusief beleggingen, in te voeren.