Gratis handelen bestaat niet echt. Als een broker je €0 per order rekent, verdient hij zijn geld ergens anders, en bij veel neobrokers is dat via payment for order flow (PFOF): een vergoeding die de broker krijgt om jouw order naar een specifieke handelsplaats te sturen. Het klinkt als een detail voor techneuten, maar het raakt direct de koers die jij krijgt. En vanaf 30 juni 2026 verbiedt de EU de constructie helemaal. Hieronder leggen we uit hoe het werkt, wat het onderzoek erover zegt, en wat er voor jou verandert.
Wat payment for order flow precies is
Wanneer je een aandeel of ETF koopt, moet je order ergens worden uitgevoerd: op een beurs of een andere handelsplaats. Bij PFOF sluit de broker een afspraak met één zo'n handelsplaats. Die betaalt de broker een vergoeding voor elke order die hij daarheen stuurt. In ruil daarvoor kan de broker jou een heel laag of zelfs €0-tarief bieden. De rekening wordt dus niet kwijtgescholden, maar verlegd: de handelsplaats verdient aan het verschil tussen bied- en laatprijs (de spread), en deelt een stukje daarvan met je broker.
Voor de neobrokers die de afgelopen jaren groot werden, is dit lang een belangrijke inkomstenbron geweest. Juist doordat ze op ordertarieven vrijwel niets rekenden, moest het geld ergens vandaan komen, en PFOF vulde dat gat.
Waarom het omstreden is
Het probleem is een belangenconflict. Jij wilt de best mogelijke koers. De broker heeft een financiële prikkel om je order te sturen naar de handelsplaats die hém het meeste betaalt, en dat is niet automatisch de plek met de beste prijs voor jou. Het gaat zelden om grote bedragen per order, maar het is een structureel scheve prikkel: de partij die jouw order routeert, verdient aan waar hij hem naartoe stuurt.
Wat het onderzoek zegt: het hangt er sterk vanaf
Hier is het eerlijke antwoord genuanceerd. De uitkomsten lopen sterk uiteen per broker en per markt.
Een studie onder 100.000 klanten van Trade Republic vond dat minder dan 1% van de transacties tegen een slechtere prijs werd uitgevoerd dan op de referentiebeurs (het Duitse Xetra). Doordat de overige kosten laag zijn, waren klanten per saldo voordeliger uit dan bij een traditionele broker. Aan de andere kant vond de Spaanse toezichthouder CNMV dat bij PFOF-brokers op Spaanse aandelen in slechts 3,3% van de gevallen de best mogelijke uitvoering werd gehaald, terwijl 86% van de prijzen slechter was dan het alternatief, met een gemiddelde verslechtering van €1,09 per €1.000 aan handel. In de Verenigde Staten liet onderzoek naar Robinhood zien dat orders daar geen aantoonbare prijsverbetering kregen.
De les is niet "PFOF is altijd slecht" en ook niet "het maakt niets uit", maar: de uitvoeringskwaliteit verschilt enorm per aanbieder en per markt. Een laag ordertarief zegt op zichzelf niets over de prijs die je uiteindelijk krijgt.
Wat een slechtere uitvoering kan kosten
Neem het slechtst gemeten geval van €1,09 per €1.000. Dan loopt de verborgen kost mee met de omvang van je order:
| Ordergrootte | Verborgen kost bij €1,09 per €1.000 |
|---|---|
| €1.000 | €1,09 |
| €10.000 | €10,90 |
| €50.000 | €54,50 |
Dit is nadrukkelijk het ongunstige uiteinde van de schaal, niet het gemiddelde bij elke broker. Maar het maakt duidelijk waarom "gratis" en "goedkoop" niet hetzelfde zijn: een onzichtbare paar tienden van een procent op de koers weegt bij grotere orders zwaarder dan een ordertarief van een paar euro.
Het EU-verbod vanaf 30 juni 2026
De Europese Unie maakt er een einde aan. Artikel 39a van de MiFIR-verordening verbiedt payment for order flow. De regel geldt sinds 28 maart 2024 en werkt rechtstreeks in alle lidstaten; alleen Duitsland riep een tijdelijke uitzondering in, en die loopt op 30 juni 2026 af. Vanaf dat moment is de constructie in de hele EU verboden. Het doel van de wetgever: brokers moeten kunnen aantonen dat orders uitsluitend in het belang van de klant worden uitgevoerd, zodat je zeker weet dat je de best mogelijke voorwaarden krijgt.
Wat dit betekent voor de gratis brokers
De aanbieders die op PFOF leunden, passen hun model al aan. Trade Republic kreeg in januari 2026 een vergunning van de Duitse toezichthouder BaFin om een eigen handelsplatform (een multilaterale handelsfaciliteit) te runnen, waarmee het de uitvoering intern kan afhandelen. Scalable Capital handelt inmiddels via zijn eigen beurs, de European Investor Exchange (EIX).
Belangrijk om te snappen: "gratis" verdwijnt niet per se. Maar de manier waarop deze brokers hun lage tarieven financieren, verandert wél. Het loont daarom om na medio 2026 op te letten of er nieuwe of hogere kosten opduiken, of dat de spreads op de eigen handelsplaatsen anders uitpakken.
Wat je nu al kunt doen
- Kijk naar de totale kosten, niet alleen het ordertarief. Spread, valutakosten en de handelsplaats bepalen samen wat je echt betaalt.
- Controleer op welke handelsplaats je order wordt uitgevoerd. Voor liquide fondsen op een grote referentiebeurs is het prijsverschil meestal klein; bij minder liquide aandelen kan het oplopen.
- Gebruik bij grotere aankopen een limietorder in plaats van een marktorder, zodat je zelf de prijs bepaalt waartegen je koopt.
- Let na medio 2026 op tariefwijzigingen bij brokers die voorheen op payment for order flow leunden.
Onder de streep: payment for order flow is niet per definitie roof, maar het is precies het soort verborgen mechanisme waardoor "gratis" nooit het hele verhaal is. Het EU-verbod haalt die prikkel weg, en dat is voor de particuliere belegger goed nieuws. Tot die tijd geldt: vergelijk op totale kosten, niet op het tarief dat het grootst in beeld staat.
Vergelijk de brokers op totale kosten →
Deze analyse is bedoeld als feitelijke uitleg op basis van openbare bronnen en toezichtsonderzoek, en is geen beleggingsadvies. Regels en tarieven kunnen wijzigen; controleer altijd de actuele voorwaarden bij de broker en de toezichthouder.
Schrijft over zelf beleggen en pluist tarievenstructuren en handelsplatformen tot op de komma uit, zodat lezers precies weten waar ze aan toe zijn.
Meer van Ty Letang →

