Jarenlang hing boven de Europese beleggingswereld de dreiging van een streng verbod op provisies, de verborgen vergoedingen die fondsaanbieders aan brokers en adviseurs betalen. In het akkoord van eind 2025 werd dat verbod fors afgezwakt tot een test. Voor de Nederlandse belegger verandert er in de praktijk weinig, want hier geldt al sinds 2014 een strenger verbod. Wat wél nieuw en concreet is: sinds 30 juni 2026 geldt in de hele EU een verbod op payment for order flow. Hieronder ontrafelen we wat er speelde, wat er is besloten, en waarom Nederland vooroploopt.
Waar de Retail Investment Strategy over ging
De Europese Commissie presenteerde in mei 2023 de Retail Investment Strategy, kortweg RIS. Het doel was om particuliere beleggers beter te beschermen en het vertrouwen in de kapitaalmarkt te vergroten. Drie thema's stonden centraal: waar voor je geld, oftewel kosten die in verhouding moeten staan tot wat je krijgt, meer transparantie over die kosten, en een aanpak van belangenconflicten in de verkoop.
Dat laatste raakte de kern van het verdienmodel van veel Europese distributeurs: inducements. Dat zijn vergoedingen die een fondsaanbieder betaalt aan de partij die zijn product verkoopt, vaak een deel van de lopende fondskosten. De Commissie wilde die kickbacks aan banden leggen, om te beginnen bij verkoop zonder advies. De vrees in de sector was een volledig verbod naar Nederlands en Brits model.
Van verbod naar test
Zover kwam het niet. In het politieke akkoord tussen de Raad en het Europees Parlement van december 2025 sneuvelde het brede provisieverbod. In plaats daarvan komt er een strengere toets: provisies blijven toegestaan, maar moeten aantoonbaar een tastbaar voordeel voor de klant opleveren, in verhouding staan tot de waarde van het product, en apart en transparant worden getoond. Verkoopdrempels die tot pushen aanzetten, mogen niet.
Het compromis ligt gevoelig. Halverwege 2026 was de wet nog niet definitief aangenomen: een groep lidstaten, waaronder Duitsland en Frankrijk, plaatste kanttekeningen bij onder meer de provisieregels en de administratieve last. De definitieve tekst en de exacte invoeringsdatum stonden op het moment van schrijven dus nog niet vast. Consumentenorganisaties reageerden teleurgesteld dat een echt verbod het niet haalde; de fondsensector vond delen van de nieuwe eisen juist te bureaucratisch.
Wat wél is ingegaan, het PFOF-verbod
Los van de RIS is er één maatregel die al keihard staat: het verbod op payment for order flow, kortweg PFOF. Bij PFOF krijgt een broker betaald om klantorders naar een bepaalde handelspartij te sturen, wat een belangenconflict oplevert met de belofte van de beste uitvoering. Wij ontleedden dat mechanisme eerder in onze analyse over hoe gratis brokers aan payment for order flow verdienen.
Dit verbod is vastgelegd in de herziene Europese marktregels en trad in werking in maart 2024, met een overgangsregeling. Lidstaten waar brokers vóór die datum al PFOF ontvingen, mochten het voor eigen inwoners tijdelijk toestaan. Alleen Duitsland maakte van die uitzondering gebruik. Die overgangsperiode liep af, en sinds 30 juni 2026 geldt het PFOF-verbod in de hele EU zonder uitzonderingen. Let op dat dit een aparte maatregel is, geen onderdeel van de RIS, iets wat in de berichtgeving vaak door elkaar loopt.
Waarom Nederland er weinig van merkt
Hier zit de nuance die voor de Nederlandse belegger het belangrijkst is: Nederland loopt voor op de rest van Europa. Sinds 1 januari 2014 geldt hier een nationaal provisieverbod voor beleggingsdienstverlening. Dat verbod is breed en dekt vermogensbeheer, advies én uitvoering zonder advies. Nederlandse brokers rekenen hun kosten dus al rechtstreeks aan jou en mogen geen retourprovisies van fondsaanbieders aannemen.
Ook het PFOF-verbod was hier feitelijk al de praktijk, want Nederland vroeg de Duitse uitzondering niet aan. Veel van wat de RIS voor andere landen betekent, is in Nederland dus al staand beleid of zelfs strenger. De concrete winst van de RIS voor de Nederlandse belegger zit daarom minder in het provisiedeel en meer in de nieuwe eisen rond kostentransparantie, waar-voor-je-geld-toetsen en duidelijker productinformatie.
Wat dit voor jou betekent
- Belegt je via een Nederlandse broker? Dan betaal je al sinds 2014 geen verborgen provisies. De grote verandering uit de RIS is voor jou grotendeels achter de rug.
- Het PFOF-verbod is nu EU-breed. Ook wie bij een buitenlandse of Duitse broker belegt, valt sinds 30 juni 2026 onder het verbod. Een bron van verborgen belangenverstrengeling minder.
- Let op de kostentransparantie. De blijvende winst van de RIS zit in duidelijker en vergelijkbaarder kostenoverzichten. Blijf die naast elkaar leggen, want de tarieven verschillen nog steeds fors per broker.
- Laat je niet gek maken door koppen. Een afgezwakt EU-verbod verandert weinig aan een markt die in Nederland al schoongeveegd was.
Onder de streep is dit een dossier waarin Nederland stilletjes een voorbeeldrol speelt. Het grote Europese verbod werd een test, maar de Nederlandse belegger plukte de vruchten van een strenger regime al jaren. De blijvende opdracht is simpel en tijdloos: ken je kosten, en vergelijk ze.
Vergelijk de werkelijke kosten per broker →
Deze analyse beschrijft de stand van de Europese wetgeving op het moment van schrijven, medio 2026. De RIS was toen nog niet definitief aangenomen en de exacte invoeringsdata konden nog wijzigen. Dit is feitelijke uitleg, geen juridisch of beleggingsadvies; raadpleeg voor de actuele stand de officiële bronnen van de EU en de AFM.
Loodst beleggers door de wirwar van brokers en aanbieders. Bewaakt de onafhankelijke testmethode en de eindredactie van elke review, van eerste opzet tot publicatie.
Meer van Robin van den Bosch →

